Schoolondersteuningsprofiel

Schoolondersteuningsprofiel

De Kraal

Datum:                 22-12-2016 (conceptversie in afwachting van reactie MR)

Opgesteld door:     Esther van den Berg, directeur

                               Nicole Feenstra, intern begeleider

                               Esther Albus, intern begeleider

 

INHOUDSOPGAVE

 

1.     Inleiding 

 

2.     Deze school en leerlingen

 

2.1      Contactgegevens

 

2.2      Korte beschrijving school

 

2.3      Het onderwijsconcept

 

2.4      Kengetallen leerlingenpopulatie

 

2.5      Onderwijsbehoeften leerlingenpopulatie

 

2.6      Kwaliteit volgens Inspectie

 

 

3.     Passend onderwijs nu

 

3.1      Onderwijsaanbod en differentiatie

           

3.2      Pedagogisch klimaat

 

3.3      Planmatig werken

 

3.4      Handelingsgericht werken

 

3.5      Ondersteuningsstructuur

 

3.6      Interventies basisondersteuning

 

3.7      Extra ondersteuning

 

3.8      Match onderwijsbehoeften en aanbod

  

4.     Passend onderwijs straks

 

4.1      Ambities en ontwikkelpunten korte termijn

 

4.2      Ambities en ontwikkelpunten langere termijn

 

4.3      Professionalisering

 

4.4      Overige randvoorwaarden

 

 

 

1.     Inleiding

 

In het kader van de Wet op het passend onderwijs wordt van iedere school verwacht dat zij een schoolondersteuningsprofiel opstelt. Daarin omschrijft de school welke basisondersteuning zij biedt aan de leerlingen en welke mogelijkheden er zijn om leerlingen te ondersteunen die extra onderwijsbehoeften hebben.

Iedere leerling heeft bepaalde onderwijsbehoeften, verschillen zijn er altijd en deze zijn voor een groot deel inpasbaar in het onderwijs. Sommige leerlingen hebben onderwijsbehoeften waar een bepaalde (reguliere) school niet aan kan voldoen. Bijvoorbeeld omdat zij de juiste expertise niet in huis heeft, omdat het gebouw niet geschikt is of omdat gezien de beschikbare formatie in een specifiek geval te weinig individuele aandacht, begeleiding of fysieke verzorging kan worden geboden.

 

In dit profiel geven wij aan in hoeverre onze school op dit moment al passend onderwijs biedt, d.w.z. rekening houdt met (verschillen in) onderwijsbehoeften, en waar wij momenteel handelingsverlegen zijn in het realiseren van een passend aanbod. We geven aan wat onze visie en ambities aangaande passend onderwijs zijn en wat wij nodig hebben om dit te realiseren.

 

In dit document is het woord ‘zorg’ zoveel mogelijk vervangen door het woord ‘ondersteuning’. Iedere leerling heeft op bepaalde momenten in meer of mindere mate een vorm van ondersteuning nodig. Er hoeft niet direct sprake te zijn van grote zorgen, wil een leerling extra ondersteuning krijgen.

 

In hoofdstuk 2 staan de gegevens over onze school, de leerlingenpopulatie en de belangrijkste onderwijsbehoeften kort genoemd. We geven tevens het kwaliteitsoordeel van de Inspectie over onze school kort weer (januari 2015).  

In hoofdstuk 3 komt aan de orde op welke wijze de school op dit moment passend onderwijs biedt voor de huidige leerlingen, waaruit de basisondersteuning bestaat en welke extra ondersteuning de school eventueel kan bieden.

In hoofdstuk 4 beschrijven wij de visie van de school t.a.v. passend onderwijs op de korte en langere termijn. Wij geven aan waar de school naartoe wil. We beschrijven wat daarvoor nodig is aan professionalisering en welke andere randvoorwaarden er zijn om de ambities waar te maken.

 

 

 

 


 

2.     Deze school en leerlingen

 

In dit hoofdstuk presenteren we kort de school, de leerlingen en hun belangrijkste onderwijsbehoeften.

 

2.1      Contactgegevens

 

Naam school

Kunstmagneetschool De Kraal

Adres school

Paradijsplein 2

Naam directeur

Esther van den Berg

Naam ib-er (s)

Nicole Feenstra & Esther Albus

Naam bestuur

STAIJ

Naam contactpersoon

Esther van den Berg

Email contactpersoon

Kraal11@xs4all.nl

Tel. Contactpersoon

020 6941138

 

 

2.2      Korte beschrijving school

De Kraal is een openbare school en valt onder het bestuur Staij. De school staat in een relatief nieuw ontwikkeld gebied in Amsterdam Oost; De Oostpoort. De Kraal bestaat al veel langer, maar is sinds 2009 gevestigd in een nieuw schoolgebouw. Vanaf dat moment is de leerlingpopulatie van de school aan het veranderen. Onze school wordt de laatste jaren populair onder autochtone ouders uit de wijken om ons heen. Hierdoor ontstaat een gemengde leerlingpopulatie. Wij zijn een school met een gemengde leerlingpopulatie, willen dat ook graag zijn en blijven. Met alle uitdagingen die dit met zich meebrengt, ook ten aanzien van passend onderwijs.

De Kraal heeft de laatste jaren te maken gehad met een groeiend leerlingaantal en telt rond de 400 leerlingen. De populariteit van de school heeft te maken met de ligging in de wijk, met de leerlingpopulatie, met de onderwijskwaliteit en met ons onderwijsprofiel.

 

 

2.3      Het onderwijsconcept

 

De Kraal is een Kunstmagneetschool, heeft een cultuurprofiel. Wij bieden kinderen een breed onderwijsaanbod om aan te kunnen sluiten bij de onderwijsbehoeften die verschillende kinderen hebben. Een kind is meer dan wat dan wat het laat zien in de klas, wij hebben aandacht voor de brede talentonwikkeling van kinderen. Zo hebben (naast de vakken rekenen, taal en de zaakvakken) de lessen beeldende vorming, drama, dans en sinds 2015 muziek een vaste plek binnen ons curriculum. Elke leerling leert anders, door middel van het inzetten van verschillende werkvormen kan elke leerling momenten in zijn eigen leerstijl werken. We vinden het belangrijk dat elk kind zijn of haar eigen talent leert ontdekken.

 

 

De visie van De Kraal op onderwijs:

 

 

Kinderen zijn nieuwsgierig, competent en uniek.

Zij drukken zich uit in allerlei talen.

Zij leren van elkaar, van anderen en de omgeving.

Wij begeleiden hen daarbij.

 

Een mens, een kunstenaar, een wereldburger …

Een kind is meer dan een leerling op de Kraal

Meer informatie hierover is na te lezen in de schoolgids, die te vinden is op onze website (www.kunstmagneetschooldekraal.nl).

 

 

2.4      Kengetallen leerlingenpopulatie

 

-       De Kraal telt 25 verschillende nationaliteiten; 44% Marokkaans, 15% Turks, 13% Nederlands, 9% Surinaams, 19% overige nationaliteiten.

 

 

N groepen dit schooljaar

18

N combinatieklassen dit schooljaar

6 (kleutergroepen)

 

Schooljaar

2014-2015

2015-2016

2016-2017

N leerlingen per 1-10

330

377

393

N gewichtenleerlingen

119

108

108

N rugzakleerlingen per cluster

Cluster 1:

Cluster 1:

Cluster 1:

Cluster 2: 4

Cluster 2: 4

Cluster 2: 3

Cluster 3:

Cluster 3:

Cluster 3:

Cluster 4:

Cluster 4:

Cluster 4:

N verwijzingen naar sbo

1

2

 

N verwijzingen naar so

Cluster 1:

Cluster 1:

Cluster 1:

Cluster 2:

Cluster 2:

Cluster 2:

Cluster 3:

Cluster 3:

Cluster 3:

Cluster 4:1

Cluster 4:1

Cluster 4:1

 

Gemiddeld leerniveau[1]

ð  hoog

ð  gemiddeld

ð  laag

Gemiddeld opleidingsniveau ouders[2]

ð  hoog

ð  gemiddeld

ð  laag

Culturele verschillen[3]

ð  veel

ð  gemiddeld

ð  weinig

NB. N betekent ‘aantal’

 

Bronvermelding: ParnasSys per 22-12-216

 

 

 

2.5      Onderwijsbehoeften leerlingenpopulatie

 

Autonomie, competentie en relatie

Volgens Luc Stevens hebben leerlingen drie basisbehoeften waar de school in moet voorzien namelijk, autonomie, competentie en relatie.
- Autonomie: het kind is er voor zichzelf. Hij dient zijn taak serieus te nemen en niet zo snel op te geven. Leerlingen willen graag meer vrijheid en autonomie.
- Competentie: leerkrachten hebben vertrouwen in hun leerlingen. Leer de leerlingen iets goed te doen. Geef ze een veilig gevoel. Neem leerlingen serieus. Praat bijvoorbeeld met leerlingen en niet over hen.
- Relatie: verbondenheid is een begrip in de opvoeding en onderwijs. Het gaat erom dat het kind zich kan hechten. Om erbij te kunnen horen dien je je verantwoordelijk te kunnen voelen. Laat de kinderen merken dat ze er niet allen voorstaan. Laat duidelijk merken dat je als docent altijd in de buurt bent. Veel gedrags- en ontwikkelingsproblemen zijn terug te herleiden tot problemen die zich hebben voorgedaan in de hechting van kinderen aan verzorgers in de eerste jaren van hun leven.

 

Naast deze drie basisbehoeften die van toepassing zijn op elke leerling, zijn er nog specifieke onderwijsbehoeften die onze gemengde leerlingpopulatie met zich meebrengt. Een groot deel van onze leerlingpopulatie komt door hun achtergrond niet vanzelfsprekend in aanraking met ervaringen die hen voorzien in hun basisbehoeftes. Niet elke leerling krijgt van huis uit evenveel kansen mee; denk hierbij aan een taalrijke omgeving, verschil in culturele omgeving en problemen die dit met zich mee kan brengen, ouders die opvoedingsverlegen zijn. Los van onze vanzelfsprekende bijdrage aan hun behoeftes, realiseren we ons dat daar we als school in moeten compenseren. En dat willen we ook. Binnen onze school wordt er veel aandacht besteed aan meertaligheid en andere normen en waarden die voortkomen uit een andere cultuur.

Vanuit de onderbouw komen wij sinds een paar jaar een nieuwe uitdaging tegen: kinderen die van huis uit al veel hebben meegekregen, waardoor er meer gedifferentieerd moet worden in het lesaanbod.

 

Methodes, een talig aanbod, duiden van de wereld, gelijkwaardig aanspreken als individu

Aanbodgericht onderwijs (met een duidelijke structuur en herhaald aanbod) en een talig aanbod zijn dan onontbeerlijk. Vanuit onze rol als deskundige en ondersteuner maken we de kinderen wegwijs in de wereld door overdracht van kennis en waarden en normen, door de wereld te duiden; door voortdurend uit te leggen waarom/ hoe dingen zijn (gekomen) zoals ze zijn. Omgaan met gevoelens moet daarbij ook een plek krijgen. We willen de kinderen begeleiden tot zelfstandigheid, zelfredzaamheid en zelfbeschikking (eigen keuzes maken, verantwoordelijkheid nemen). Daartoe spreken wij hen op respectvolle manier aan en hebben wij oog voor het individu.

 

2.6      Kwaliteit volgens de Onderwijsinspectie

 

In maart 2015 heeft de onderwijsinspectie De Kraal op alle onderdelen voldoende beoordeeld. Het KBA verbetertraject is in datzelfde schooljaar afgerond.

De Kraal formuleert nu zelf ontwikkelingspunten en voert hier beleid op. Dit is na te lezen in het schoolplan en in het jaarplan dat hieruit voortvloeit.

 

 

3.     Passend onderwijs nu

 

In dit hoofdstuk beschrijven we hoe onze basisondersteuning eruit ziet voor alle leerlingen en welke ondersteuning we kunnen bieden aan leerlingen met extra onderwijsbehoeften.

 

3.1      Onderwijsaanbod en differentiatie

           

Klassenmanagement en instructie:

Ten behoeve van effectief onderwijs werken we voor de instructie van leerlingen met het direct instructiemodel (DIM), aangevuld met GIP-model (uitgestelde aandacht) en een weektaak (vanaf groep 3), zodat we aandacht kunnen besteden aan leerlingen die extra instructie nodig hebben en t.b.v. de autonomie van kinderen.

 

Werken met groepsplannen:

We werken met vier groepsplannen: technisch lezen, begrijpend lezen, spelling en rekenen. Zowel vanuit de groepsplannen als vanuit DIM werken we doelgericht. Om tegemoet te komen aan de instructiebehoefte van verschillende groepen leerlingen, werken we volgens het model van  convergente differentiatie (werken in 3 niveaugroepen). Met een aanbod van verlengde instructie komen we tegemoet aan de  leerlingen die meer (instructie) nodig hebben; kinderen die minder instructie-afhankelijk zijn, kunnen binnen dat kader snel zelfstandig aan de slag.

 

Aanpak sociaal-emotioneel:

De Kraal is een Vreedzame School. Leerlingen leren dat zij deel uitmaken van de gemeenschap ‘school’ en leren daar een bijdrage aan te leveren. Ze leren oog en oor te hebben voor een anderen en zich verantwoordelijk te voelen voor het algemeen belang.

Wij volgen de sociaal emotionele ontwikkeling van onze leerlingen in de onderbouw met KIJK! en in de groepen 3 t/m 8 middels Hart & Ziel. Daarbij zijn betrokkenheid op de hoofdvakgebieden en welbevinden belangrijke pijlers voor hoe het met de kinderen gaat. Uit de screening die 2 keer per jaar wordt afgenomen komen ook duidelijk signalen naar voren wanneer in gesprek te gaan met  de leerling, ouders en intern begeleider, om te komen tot een passende interventie voordat het probleem groter wordt.

Middels ‘lentekriebels’ krijgt de seksuele en relationele ontwikkeling van kinderen op projectmatige wijze een plek binnen ons onderwijs.

 

Aanpak voor leerlingen die meer uitdaging vragen:

In de weektaak wordt (incidenteel) meer of ander, moeilijker werk aangeboden (verbreding, verdieping), passend bij de onderwijsbehoeftes van leerlingen. Na signalering en toetsing wordt er een didactisch onderzoek afgenomen en wordt er gekeken of de leerling gebaat is bij extra aanbod buiten de groep of in een enkel geval gebaat is bij versnellen. Hierbij werken wij samen met de Day a Week School (DWS). Bij de DWS werken leerlingen één dag per week aan vaardigheden die ze in de klas minder snel oppikken, zoals: samen werken, doorzetten wanneer iets moeilijk is, fouten durven maken, leren leren enz.

 

Aanpak bij leerachterstanden:

Groep 1-2

-       In aansluiting op de onderwijsbehoeftes van kinderen en om hen vanuit VVE-gedachtengoed een ‘goede start’ mee te geven, is er een aanvullend onderwijsaanbod dat zich richt op gecijferdheid, geletterdheid en begrijpend luisteren (interactief voorlezen).

Groep 3-8

-       Onze reken-, technisch lees- en begrijpend leesmethode voorzien in een opbouw waarbij zwakke kinderen of leerlingen met een leerachterstand op een lager niveau kunnen werken, zodat zij voldoende succeservaringen blijven opdoen t.b.v het opbouwen van een goed zelfbeeld. Bij alle hoofdvakken wordt hen verlengde instructie aangeboden, volgens het groepsplan en het kader van convergente differentiatie.  

-       In het geval van technisch lezen, krijgen de zwakste (5-10%) van de lezers (als onderdeel van of naast de methode) drie maal per week extra leesbegeleiding binnen de eigen klas (Connect en Ralfi). Wij volgen hierin het Dyslexie Protocol.

-       Bij kinderen die blijvend uitval laten zien op één of meerdere vakgebieden, wordt in afstemming met ouders psychologisch onderzoek gedaan om handvatten te krijgen voor de begeleiding van deze leerling. Vanaf groep 6 maken we indien van toepassing n.a.v. een psychologisch onderzoek een eigen leerlijn voor de leerling (middels een ontwikkelingsperspectief). Het cyclische proces rondom het OPP moet nog nader vorm worden gegeven.

 

Inzet anderen dan groepsleerkrachten bij differentiatie:

-       Eén onderwijsassistent en meerdere stagiaires worden (zoveel mogelijk in de klas) ingezet tijdens de convergente differentiatie en/of de aanpak van hiaten bij groepen leerlingen.  

-       Begeleiding van kinderen met leerachterstanden a.g.v. een stoornis of handicap vindt plaats vanuit een arrangement.

-       Voor leerlingen in de onder- (en midden-)bouw die motorisch gezien opvallen, kan beperkt MRT worden aangeboden om vaardigheden gericht te oefenen.

 

Diversen:

Enkele leerkrachten zijn in staat om begeleidingsgericht toetsanalyses te maken en diagnostische gesprekken te voeren.

 

 

3.2      Pedagogisch klimaat

 

Op de Kraal vinden we het belangrijk dat iedereen zich welkom voelt en dat de kinderen gerespecteerd worden om wie ze zijn. We houden rekening met ieders achtergrond en zetten ons in om een prettig leer- en leefklimaat te creëren, zowel voor de kinderen als de leerkrachte. Wij gaan ervan uit dat als kinderen met plezier naar school gaan, ze open staan om te leren. Daar dragen we graag aan bij in samenwerking met de ouders. Dat doen we ook vanuit de ‘kunstmagneetgedachte’; we dragen bij aan brede talentontwikkeling van kinderen en het betekenisvol maken van cognitieve vakken door integratie van de kunstvakken. Wij bieden een rijke leeromgeving voor de kinderen (klassen en ateliers) die hen uitnodigt de wereld om hen heen te verkennen en te ontdekken.

 

In de klassen zijn met behulp van de leerlingen klassenregels geformuleerd, daarnaast zijn er binnen de school ‘logistieke regels’ actief (niet rennen op de gang, aan de rechterkant van de trap enz.). We werken vanuit het kader van ‘Vreedzame School’.  Dat is o.a. nodig omdat de veiligheidsbeleving vanuit de interactie onderling aandacht vraagt (in het bijzonder tijdens de TSO).

 

Binnen het team van de Kraal is er een grote mate van betrokkenheid, naar de kinderen en ook naar elkaar. Waar nodig springen we voor elkaar in.

 

3.3      Planmatig werken

 

Hieronder geven wij aan hoe we ervoor staan ten aanzien van planmatig werken:

 

Het volgende doen wij planmatig:

 

Ja

deels

>50%

deels

<50%

Nee

1. Het waarnemen van de voortgang van de ontwikkeling van de leerling

X

 

 

 

2. Het bespreken van de voortgang van de ontwikkeling van de leerling

X

 

 

 

3. Het analyseren van toetsresultaten

 

X

 

 

4. Afstemmen van onderwijsleerproces op verschillen in ontwikkeling

 

X

 

 

5. Het plannen van interventies gelet op onderwijsbehoeften

 

 

X

 

6. Het uitvoeren van geplande interventies

 

 

X

 

7. Evalueren van leerlingenresultaten

X

 

 

 

8. Evalueren van het onderwijsleerproces

X

 

 

 

Bronvermelding: Interne audits, twee keer per jaar. Laatste audit november 2016.

 

De balans opmakend kan worden gezegd dat we een aanvang hebben gemaakt met planmatig werken, maar dat verschillen tussen leerkrachten nog groot zijn. Structuren zoals groepsplannen en formats voor handelingsgerichte gesprekken zijn voor handen, maar er wordt nog niet altijd adequaat gebruik van gemaakt.

 

3.4      Handelingsgericht werken

 

Onderstaande tabel geeft een beeld van in hoeverre handelingsgericht werken op onze school is ingevoerd.

 

Handelingsgericht werken – elementen

Ja

I/O

Nee

1. Leerkrachten verkennen en benoemen de onderwijsbehoeften van leerlingen o.a. door observatie, gesprekken en toetsanalyse.

X

 

 

2. Leerkrachten reflecteren op hun eigen rol en het effect van hun gedrag op het gedrag van leerlingen, ouders, collega’s.

 

X

 

3. Leerkrachten zijn zich bewust van de grote invloed die zij op de ontwikkeling van hun leerlingen hebben.

 

X

 

4. Leerkrachten zoeken, benoemen en benutten de sterke kanten en interesses van de leerlingen.

 

X

 

5. Leerkrachten werken samen met de leerlingen. Ze betrekken hen bij de analyse, formuleren samen doelen en benutten ideeën van leerlingen.

 

X

 

6. Leerkrachten werken samen met ouders. Ze betrekken hen als ervaringsdeskundige en partners bij de analyse van de situatie en het bedenken en uitvoeren van de aanpak

 

X

 

7. Leerkrachten benoemen hoge, maar reële doelen voor de lange en de korte termijn. Deze doelen worden gecommuniceerd /geëvalueerd met leerlingen, ouders en collega’s.

 

X

 

8. Leerkrachten werken met een groepsplan, waarin ze de doelen en de aanpak voor de groep, subgroepjes en mogelijk een individuele leerling beschrijven.

X

 

 

9. Leerkrachten bespreken minstens drie maal per jaar hun vragen rond de groepsplannen met de intern begeleider.

X

 

 

10. De onderwijs- en zorgstructuur is voor ieder duidelijk. Er zijn heldere afspraken over wie wat doet, waarom, waar, hoe en wanneer.

 

X

 

 

NB. I/O wil zeggen: in ontwikkeling, daar wordt aan gewerkt, dit kan nog beter.

Bronvermelding: Interne audits, twee keer per jaar. Laatste audit november 2016.

 

3.5      Ondersteuningsstructuur (=zorgstructuur)

 

3.5.1    Volgen van ontwikkeling

Wij gebruiken meerdere systemen en modellen om onze leerlingen te volgen bij hun ontwikkeling, opdat wij tijdig kunnen bijsturen om begeleiding en doelen te optimaliseren. ParnasSys is onze databank voor leerlinggegevens.

- Leeropbrengsten op methodetoetsen worden door leerkrachten geregistreerd; digitale verwerking leidt al dikwijls tot analyse van die leeropbrengsten op het gebied van rekenen, technisch lezen en spelling, zodat we leerprocessen begeleidingsgericht kunnen sturen. Komend jaar willen wij de methodetoetsen gefaseerd gaan invoeren in ParnasSys.

- Leeropbrengsten op niet-methodegebonden toetsen (CITO) worden verwerkt in ParnasSys, waardoor we in beeld krijgen hoe de ontwikkeling van individuele kinderen zich verhoudt tot die van de rest van hun jaargroep in Nederland.

- Voor wat betreft de sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen, maken we gebruik van Hart & Ziel in de groepen 3 t/m 8; met behulp van vragenlijsten meten we de betrokkenheid en het welbevinden van kinderen.

- De speel-, leer- en sociaal emotionele ontwikkeling van kinderen in de onderbouw wordt gevolgd met behulp van KIJK!.

 

3.5.2    Onderwijsbehoeften in kaart brengen

Door het werken met groepsplannen volgens het model van convergente differentiatie wordt de instructiebehoefte van leerlingen zichtbaar. De individuele onderwijsbehoeften worden in kaart gebracht middels het pedagogisch didactisch groepsoverzicht. Door het doen van observaties, voeren van kindgesprekken en meenemen van ouders in het proces brengen we onderwijsbehoeften in kaart en proberen daar passende ondersteuning op te bieden.

 

3.5.3    Ondersteuning bij extra onderwijsbehoeften

Er zijn meerdere mogelijkheden voor ondersteuning van kinderen bij extra onderwijsbehoeften:

in de klas is een aanbod van verlengde instructie, waarbij de onderwijsassistent en/of stagiaires ondersteunend zijn, er wordt extra leesbegeleiding geboden (Connect en Ralfi) binnen de groep en buiten de groep gericht op woordenschat.

Binnen De Kraal worden alle leerlingen besproken op vaste momenten per jaar; de leerlingbespreking (leerkracht en intern begeleider)en de groepsbespreking (leerkracht en intern begeleider). Mochten er grotere zorgen zijn dan wordt een leerling anoniem besproken tijdens het driehoekoverleg (intern begeleider, adviseur passend onderwijs en ouder- en kindadviseur). Leerlingen die niet meer mee kunnen draaien op het niveau van hun jaargroep en/ of kampen met een gezins- of sociaal emotionele problematiek, worden besproken in het ZBO om hun begeleidingsbehoeften multidisciplinair te bespreken. Indien nodig of gewenst, wordt altijd externe deskundigheid ingeroepen of passende ondersteuning buiten school gezocht; wij laten bijvoorbeeld psychologisch onderzoek doen om onderwijsbehoeften beter in beeld te brengen en zoeken of verwijzen naar externe deskundigen, wanneer wij zelf niet kunnen voorzien in een passend aanbod.

 

Tenslotte kan in de onder- en middenbouw MRT worden ingezet om leerlingen in een korte periode vaardigheden aan te leren.

 

3.5.4    Taken ib-er, vanuit het zorgplan

 

Coördinerende taken

  • Opstellen en bewaken van procedures voor planmatig werken binnen de school.
  • Opstellen van de toetskalender.
  • Bestellen van de toetsen.
  • Onderhouden van het leerlingvolgsysteem en het bewaken van de leeropbrengsten.
  • Opstellen en bewaken van procedures en afspraken op het gebied van het leerlingvolgsysteem en het leerlingendossier.
  • Organiseren van team/bouwvergaderingen over pedagogisch/didactische onderwerpen.
  • Vve-coördinatie
  • Coördinatie instroom nieuwe leerlingen
  • Afstemming van hulpverlening door externen.
  • Aandachtsfunctionaris kindermishandeling.
  • Toegankelijk maken van informatie naar collega’s en ouders.

 

Begeleidende en coachende taken

  • Ondersteunen bij verwerken/ interpreteren van de toetsgegevens.
  • Ondersteunen en adviseren bij gebruik van speciale hulpmiddelen.
  • Adviseren en begeleiden bij problemen in gedrag en werkhouding.
  • Begeleiden bij het werken met handelingsplannen.
  • Begeleiden bij het opstellen van groepsplannen.
  • Samen met leerkrachten gesprekken voeren met ouders en/of hulpverleners.
  • Bevorderen van de deskundigheid van leerkrachten.

 

Onderwijskundige taken

  • Afnemen van pedagogisch-didactische onderzoeken.
  • Doen van observaties in de klas (leerlingen en interactie leerkracht-leerling).
  • Signaleren en analyseren van sterke en zwakke punten van het onderwijsaanbod.
  • Bijhouden van actuele ontwikkelingen op het gebied van zorgstructuur.
  • Doen van voorstellen die leiden tot verbetering van de kwaliteit van zorg.

 

Schoolontwikkeling

  • De IB’er neemt deel aan het managementoverleg bij zorg gerelateerde agendapunten.
  • Verslag doen van relevante zaken met betrekking tot leerlingenzorg.
  • Signaleren en ter sprake brengen van zaken die het functioneren van de school als organisatie ten goede kunnen komen.
  • Meedenken over nieuwe ontwikkelingen in de school.
  • Adviseren over beleidszaken; in het bijzonder die de leerlingenzorg betreffen.

 

Deelname aan overlegsituaties inzake leerlingenzorg/zorgstructuur.

  • Deelname aan het overleg van intern begeleiders, intervisiebijeenkomsten.
  • Deelname aan het overleg van intern begeleiders binnen het samenwerkingsverband.
  • In voorkomende gevallen overleg over zorgleerlingen met de schoolcontactpersoon van het ABC, ambulant begeleiders, speciale (basis)scholen, Samenwerkingsverband, schoolarts, GGD, GGZ,  Bureau Jeugdzorg, logopedisten.
  • Deelname aan het ZBO
  • Deelname aan het wijkoverleg waarin scholen afkomstig van verschillende besturen uit de wijk worden vertegenwoordigd.
  • Afstemming met de Day a Week school.  

 

3.5.5    Ouders als educatieve partner

We gaan ervan uit dat de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de kinderen op school delen met de ouders. Binnen die visie moeten we parallel aan de interactie met leerlingen de omslag maken dat leerkrachten ouders niet (alleen) informeren, maar dat zij in overleg met ouders kijken naar de meest passende ondersteuning voor hun kind.

 

Waar nodig ondersteunen we de ouders om het leerproces van hun kinderen goed te kunnen begrijpen. Met themaochtenden, ouderochtenden en door uit te leggen hoe het leren op onze school werkt, onder andere met behulp foto’s. Bij de OKA kunnen ouders in een één-op-één-situatie worden begeleid bij hun vraagstukken gerelateerd aan de opvoeding van hun kind.

 

3.5.6    Samenwerking met externen

Zoals onder 3.5.3. al genoemd, wordt er op De Kraal regelmatig samengewerkt met externen. Zie voor een overzicht van onze partners 3.5.7.

 

 

3.5.7      Overzicht belangrijke samenwerkingspartners

 

Samenwerkingspartner

Samenwerking bij:

ABC

Psychologisch onderzoeken, onderwijsadvies, SVT

Altra

SMW, Sprint, SVT, Altra 4-12, Altra thuis

Day a Week School (DWS)

 

Dynamo

Chadia, voorschool

Dyslexie

Toeleiding zwakke lezers voor dyslexieonderzoek

JGZ

Medisch advies (bij verwijzing), afstemming zorg, screening 5- en 10-jarigen, logopedische screening

MOC ‘t Kabouterhuis

Begeleiding leerling bij Stop 4-7, consultatie en advies, onderzoek

Kentalis

Ambulante begeleiding  (leerkracht) bij leerlingen met spraak-taalproblematiek

Logopediepraktijken

Diverse praktijken voor verwijzing en afstemming

Mentorproject

Aanleren studievaardigheden ll groep 8

OKT

Themabijeenkomsten ouderkamer, pedagogisch advies, trainingen ouders en kinderen

Opvoedpoli

Opvoedkundige problemen en GGZ

PIT

Preventief interventieteam gemeente Amsterdam (multi-problem)

Punt P (GGZ)

Toeleiding en afstemming kinderen onder hun begeleiding

Schooltandarts

Laagdrempelige tandheelkundige controle en zorg

SBO Het Spectrum

Consultatie en advies MLK leerlingen

Sport en Spel

(Pedagogisch) Toezicht tijdens de TSO

Samenwerkingsverband

Advies en verwijzing zorgleerlingen

Visio

Ambulante begeleiding (leerkracht) bij slechtziende leerling

Weekend student project

Algemene ontwikkeling kinderen

 

 

3.6      Interventies basisondersteuning

 

In het samenwerkingsverband worden inhoudelijke afspraken gemaakt over de basisondersteuning die scholen worden geacht te bieden. In het Referentiekader passend onderwijs wordt een minimale opsomming gegeven van interventies die bij de basisondersteuning horen.

In onderstaande tabel geven we aan in hoeverre deze interventies op onze school aanwezig zijn.

           

Op onze school is het volgende aanwezig:

 

Ja

deels

>50%

deels

<50%

Nee

1. Tijdige signalering van problemen

 

X

 

 

2. Aanbod voor lln. met dyslexie

 

 

X

 

3. Aanbod voor lln. met dyscalculie

 

 

 

X

4. Aanbod voor lln. meer dan gemiddelde intelligentie

 

X

 

 

5. Aanbod voor lln. minder dan gemiddelde intelligentie

 

X

 

 

6. Fysieke toegankelijkheid (rolstoeltoegankelijk)

X

 

 

 

7. Programma voor sociale veiligheid/voorkomen gedragsproblemen

X

 

 

 

8. Protocol voor medische handelingen

 

 

 

X

9. Curatieve zorg samen met ketenpartners

 

X

 

 

 

 

-       Ad 1. Dat er sprake is van problemen bij een kind, signaleren we op basis van achterblijvende leeropbrengsten en op basis van gesprekken met ouders. Signalering vanuit analyse, observaties van de leerkracht en diagnostische en individuele gesprekken met kinderen en ouders op ons initiatief en de interpretatie van gedragsveranderingen, gebeurt nog in mindere mate.

-       Ad 2. Zwakke lezers worden structureel begeleid; we signaleren hen op basis van toetsen en de screening Geletterdheid en Dyslexie, zij krijgen verlengde instructie en extra leesbegeleiding. Daarmee voldoen we aan de voorwaarden voor toeleiding tot dyslexieonderzoek voor leerlingen met dyslexie. Behandeling of dyslexiegerichte begeleiding vindt plaats bij de behandelaar waar het kind aangemeld is voor onderzoek. Een eenduidige specifieke dyslexieaanpak bij gediagnosticeerde kinderen is nog niet gerealiseerd.

-       Ad 3. Zwakke rekenaars worden nog niet structureel begeleid. We signaleren hen op basis van toetsen, in enkele gevallen aangevuld met diagnostische gesprekken. Aanpak van deze achterstanden is leerkrachtafhankelijk. In de groepen 5 zijn dit schooljaar enkele onderwijsarrangementen aangevraagd, waarbij leerlingen naast de verlengde instructie in de klas, begeleiding krijgen door een expert op het gebied van rekenproblemen.

-       Ad 4. Leerlingen met een meer dan gemiddelde intelligentie krijgen vanuit sommige methodes (voor de vakgebieden rekenen en lezen) en convergente differentiatie een passend aanbod in de klas, waarbij zij sneller en op hun niveau aan de slag kunnen.

-       Ad. 5. Leerlingen met een minder dan gemiddelde intelligentie krijgen verlengde instructie vanuit de convergente differentiatie. Een herhaald aanbod blijft nog vaak uit, net als een ándere instructie. Leerlingen vanaf groep 6 die niet meer meekunnen met het niveau van hun jaargroep, krijgen na afname van psychologisch onderzoek een eigen leerlijn (OPP). Zowel het praktische inhoudelijke plan daarbij als het cyclische proces hebben nog extra aandacht nodig.

-       Ad. 6. In ons gebouw is een lift aanwezig. Het gebouw is rolstoeltoegankelijk.

-       Ad. 7. Onze school maakt gebruik van het programma Vreedzame School.

-       Ad. 8. Er is nog geen schoolbreed protocol voor medische handelingen. Wel is er voor individuele leerlingen een handelingswijzer aanwezig in de klassenmap. Er zijn echter geen vaste afspraken voor overdracht van deze gegevens i.v.m. afwezigheid van de vaste leerkracht. Op dit moment buigt het bestuur zich over een protocol.

-       Ad 9. Afstemming met zorgaanbieders over curatieve zorg, vindt plaats (zie overzicht samenwerkingspartners). Niet iedere zorgaanbieder heeft school als overlegpartner al voldoende in beeld, ook werkt nog niet iedere zorgverlener even handelingsgericht. Dat vraagt alertheid en nog een extra investering in deze contacten.

 

3.7      Extra ondersteuning

We spreken over ‘extra ondersteuning’ wanneer scholen bovenop de hiervoor beschreven basisondersteuning nog meer/andere ondersteuning bieden om tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van hun leerlingen.

 

Zoals duidelijk geworden uit bovenstaande, voldoet onze school niet aan alle vereisten m.b.t. de basisondersteuning en is op sommige gebieden sprake van extra ondersteuning, bijv. op het gebied van leer- en ontwikkelingsondersteuning, fysiek medische ondersteuning (MRT) en sociaal-emotionele en gedragsondersteuning (organiseren trainingen). Ondersteuning in de thuissituatie vindt plaats via de OKA en het OKT.  

 

 

3.8      Match onderwijsbehoeften en aanbod

Met het huidige aanbod aan basisondersteuning en extra ondersteuning voldoet onze school

enigszins aan de onderwijsbehoeften van de huidige leerlingenpopulatie.

 

 

Aanbodgericht, gestructureerd onderwijs vanuit beproefde methodes

Het overgrote deel van het onderwijsaanbod staat, maar nog niet alle methoden worden optimaal gebruikt (KO-totaal, begrijpend lezen, taal, rekenen). Daarnaast vinden bepaalde vakken nog niet structureel een plek op de jaarplanning (natuuronderwijs, verkeer). Schoolbreed ligt nog geen eenduidige structuur waarbinnen herhaald aanbod een wezenlijk onderdeel is van het onderwijs. Ook het aansluiten bij onderwijsbehoeftes en analyseren van leeropbrengsten is nog een aandachtspunt bij een groot deel van de leerkrachten, waardoor de convergente differentiatie nog niet volledig tot z’n recht komt. 

 

Een talig aanbod

Schoolbreed blijven onze leerlingen achter op het gebied van woordenschat en begrijpend lezen. Wij hebben nog niet de manier gevonden om dit te compenseren; het vormgeven aan (extra) woordenschatonderwijs gebeurt op conto van individuele leerkrachten.

 

Autonomie

Het begeleiden van leerlingen in de ontwikkeling tot zelfstandigheid en zelfredzaamheid is geen structureel onderdeel van ons onderwijsaanbod: er is nog geen sprake van een duidelijke opbouw in de  schoolloopbaan van kinderen; leerkrachten werken niet allemaal met een weektaak. Een belemmering hierbij vormt het kindbeeld dat zij dat niet zouden kunnen; dat kinderen leerkrachtafhankelijk zijn en niet in staat zouden zijn om eigen keuzes te maken en hun eigen behoeftes te aan te geven.

 

Algemene ontwikkeling

De transfer van het aangebodene in methodes (bijv. Vreedzame school, sociale vaardigheidstraining) wordt nog niet door alle leerkrachten naar de praktijk gemaakt. Dat geldt voor inhouden, maar ook voor onderliggende principes zoals het belang van het duiden en bespreekbaar maken van (normen en waarden en verschijnselen in) de wereld en het belang van reflectie en metacognitie. Voor leerlingen tot groep 7 ligt er geen extra aanbod gericht op algemene ontwikkeling (zoals het mentorproject of weekend-studentproject) wat dat kan compenseren en de leerlingen klaarstoomt voor een zelfstandig functioneren in de maatschappij.

 

 


4.     Passend onderwijs straks

Op basis van onze visie en de ontwikkelpunten beschrijven we in dit deel onze ambities en geven aan onder welke randvoorwaarden die te realiseren zijn.

 

4.1      Ambities en ontwikkelpunten korte termijn

-       Een lerende organisatie worden met een kritische blik naar ons onderwijsaanbod en eigen handelen (reflectie).

-       Voortdurende evaluatie en flexibiliteit van het onderwijsaanbod met het groepsplan als basis; doelgericht (vanuit de dagelijkse evaluaties!), op basis van nakijkwerk en onderwijsbehoeftes, het voeren van diagnostisch gespreken, observaties, leerlinggesprekken en gesprekken met ouders vanuit de visie van educatief partnerschap.

-       Inhoudelijke deskundigheid van leerkrachten op de hoofdvakgebieden.

-       Verdiepingsslag van het HGW gericht op communicatie, begeleiding van leerlingen, bijvoorbeeld gericht op omgang met lastig gedrag, oplossingsgericht werken, coöperatief werken.

 

 

4.2      Ambities en ontwikkelpunten langere termijn

-       Een lerende organisatie worden met een kritische blik naar ons onderwijsaanbod en eigen handelen (reflectie).

-       Voortdurende evaluatie en flexibiliteit van het onderwijsaanbod met het groepsplan als basis; doelgericht (vanuit de dagelijkse evaluaties!), op basis van nakijkwerk en onderwijsbehoeftes, het voeren van diagnostisch gespreken, observaties, leerlinggesprekken en gesprekken met ouders vanuit de visie van educatief partnerschap.

-       Inhoudelijke deskundigheid van leerkrachten op de hoofdvakgebieden.

-       Verdiepingsslag van het HGW gericht op communicatie, begeleiding van leerlingen, bijvoorbeeld gericht op omgang met lastig gedrag, oplossingsgericht werken, coöperatief werken.

 

 

4.3      Professionalisering

In lijn met de ambities is de komende jaren behoefte aan de volgende scholing:

Gedragsspecialist

Taalspecialist

Specialist meer- en hoogbegaafdheid

Het streven is om deze expertises binnen twee jaar op onze school vast aanwezig te hebben. De voorkeur gaat uit naar leerkrachten binnen het team die zich willen opleiden, boven het extern werven van nieuwe collega’s.

 

 

4.4      Overige randvoorwaarden

 

Ambities/aandachtspunten

  • Zoals duidelijk geworden uit bovenstaande, voldoet onze school niet aan alle vereisten m.b.t. de basisondersteuning en is op sommige gebieden sprake van extra ondersteuning, bijv. op het gebied van leer- en ontwikkelingsondersteuning, fysiek medische ondersteuning (MRT) en sociaal-emotionele en gedragsondersteuning (organiseren trainingen). Ondersteuning in de thuissituatie vindt plaats via de OKA en het OKT.  
  • Rekenprotocol- Implementatie van protocol en opzetten van structurele begeleiding voor zwakke rekenaars binnen de klassen.
  • Verrijkingsklas: Daarnaast hebben wij een kwalitatief goede verrijkingsklas o.l.v. een specialist HB. Er is  sprake van een wisselend aanbod. De manier van lesgeven, het lesaanbod en de aandacht voor leren leren, maken van fouten en met frustratie omgaan, worden nog niet doorgetrokken naar de klassen.
  • Ondersteuningsstructuur: teambreed wordt nog niet systematisch gewerkt aan leerlingprocessen en –producten middels toetsanalyses, observaties, diagnostische gesprekken en oudergesprekken. Enkele leerkrachten lukt dit wel en zij geven ook cyclisch vorm aan individuele handelingsplannen.
  • Hoge verwachtingen t.a.v. basisaanbod.  Samenwerking tussen parallelgroepen intensiveren en de samenwerking bevorderen t.b.v. de ondersteuning van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften.

 

 



[1] Gemiddeld leerniveau

Hoog = Cito A, B hoog

Gemiddeld = Cito B laag, C

Laag = Cito D, E

 

[2] Gemiddeld opleidingsniveau ouders:

Hoog = 1 of beide ouders academisch of hbo geschoold

Gemiddeld = tussen hoog en laag in

Laag = maximaal 1 ouder met mbo, andere ouder lager geschoold dan mbo

 

[3] Culturele verschillen

Veel = meer dan 75% van de leerlingen heeft een niet-Nederlandse culturele achtergrond

Gemiddeld = tussen 25% en 75% van de leerlingen heeft een niet-Nederlandse culturele achtergrond

Weinig = minder dan 25% van de leerlingen heeft een niet-Nederlandse culturele achtergrond